Posts tonen met het label WMO. Alle posts tonen
Posts tonen met het label WMO. Alle posts tonen

dinsdag 3 juni 2014

Budgetten voor Wmo en functioneren sociale wijkteams zijn bekend

Door de overheid zijn recent voor 2015 twee budgetten vastgesteld: het Wmo budget wordt € 8.023,-  mln en het macrobudget Jeugdwet zal € 3.868 mln bedragen.  Voor de 403 gemeenten in Nederland zijn hiermee ook voor hen de voorlopige gemeentelijke budgetten voor 2015 bekend geworden.  Van het totale Wmo budget is voor gemeenten voor de inzet van sociale wijkteams per  2015 € 10 mln beschikbaar, een budget wat voor deze teams vanaf 2017 € 50 mln zal bedragen.  Met de Wmo moeten gemeenten met dit budget op negen beleidsterreinen van maatschappelijke ondersteuning beleid maken.

Budget Wmo
Bij de totstandkoming van de budgetten heeft de overheid hulp gekregen van de Algemene Rekenkamer (webdossier uitgavenbeheersing). De Rekenkamer kwam tot de conclusie dat het BKZ in Nederland structureel wordt overschreden. Met name het AWBZ fonds bevat een oplopend tekort van naar verwacht € 20 miljard in 2014. Dit tekort wordt betaald met leningen uit de schatkist en toegevoegd aan de staatsschuld. In het regeerakkoord is daarom vastgelegd dat in 2017 op de langdurige zorg € 3,4 miljard  bezuinigd moet worden. Dat Nederland op zoek is naar een alternatief voor de AWBZ,  zijnde de beoogde gedeeltelijke transitie naar Wmo en Zvw, is uit louter financieel oogpunt al verklaarbaar.  Op de evaluatiebijeenkomst van de Zvw (Clingendael, 28.03.2014) werd gesteld (van Kleef/iBMG), dat op elke huidige AWBZ patiënt die in 2015 overgaat naar de ZVW  een verlies wordt geleden van € 380, - per jaar.

SCP: risico’s en kansen
Op verzoek van VWS heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) de huidige Wmo geëvalueerd. Het SCP ziet risico’s en kansen bij de nieuwe Wmo. Als risico’s noemt het SCP, het nog onbekend zijn met de beoogde hoeveelheid vrijwillige inzet door burgers, de overbelasting van mantelzorgers, een onvoldoende ondersteuning voor mensen met specifiek psychische problemen,  een beoogde kanteling in het nieuwe denken die toch anders kan uitpakken dan bedoeld, onvoldoende inspraak voor/door de Wmo doelgroep, onvoldoende randvoorwaarden voor gemeenten (40% gemeenten zegt onvoldoende personele capaciteit te hebben en 60% meent dat het WMO budget tekort schiet). Als kansen noemt het SCP dat gemeenten zich goed ontwikkelen ten behoeve van hun nieuwe functie en met elkaar samenwerken, dat nu al meer mensen reeds informele hulp gebruiken en dat steun van gemeenten zal bijdragen aan de redzaamheid en participatie van aanvragers en mantelzorgers helpt.

Sociale wijkteams
Zorgverleners worden gevraagd te participeren in sociale wijkteams. Ook van de huisarts wordt inzet gevraagd bij de uitvoering van de nieuwe WMO. De LHV voorzag haar leden al van een toolkit “Huisarts & Gemeente”. En de LHV laat weten wat de Wmo voor de huisarts betekent. Annemarie Jorritsma, voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, deed ook al een dringende oproep aan wethouders en met name huisartsen. (Arts & Auto, mei 2014). Citaat: "Het is van het allergrootste belang dat huisartsen betrokken raken, want zij spelen in de transitie een heel belangrijke rol. Maar als de onderzoeken juist zijn, hebben huisartsen nog geen beeld van wat er gaat gebeuren. Dat wordt dan hoog tijd. Ze moeten zo snel mogelijk contact zoeken met hun gemeente om afspraken te maken”. Het beschikbare Wmo budget per 2015 voor het functioneren van het sociale wijkteam bedraagt in 2015 gemiddeld € 25.000 per gemeente. Dat budget is, voor de goede orde, niet alleen voor zorgverleners. Sociale wijkteams zijn binnen de Wmo namelijk "interdisciplinaire, ambulante en proactief opererende teams van beroepskrachten vanuit gemeente, politie, opbouwwerk, woningcorporaties, maatschappelijke dienstverlening en zorg, die op wijk- en huishoudensniveau (multi)problematiek signaleren en zorgen dat kwetsbare bewoners op een passende manier geholpen worden". De invulling van dit team gaat dus nogal wat verder dan de huidige samenwerking van de eerstelijns zorgverleners in de wijk.  En dit gegeven is een risico. Geplaatst naast overige berichtgeving dat de transitie van zorg richting de Zvw en Wmo niet zonder risico’s is!  (een, twee, drie, vier, vijf, zes).

AM

dinsdag 1 april 2014

Transitiestress

Ingrijpende veranderingen van zorginhoud en bekostiging veroorzaken op dit moment bij de transities binnen de ZVW, de Wmo 2015 en de nieuwe Wlz veel stress. Onder zorgaanbieders, bij burgers, bij overheden en verzekeraars.

Burgers
Gezien de financiële taakstelling van de regering bij alle decentralisaties (jeugdzorg, ouderenzorg) weten burgers inmiddels dat er keuzes gemaakt moeten worden.  Bij alle genoemde transities staan in de VWS documenten genoemd dat de continuïteit van ondersteuning en zorg  binnen wettelijke kaders wordt geborgd en dat zorgvernieuwing wordt gestimuleerd. Voorlopig is dat een vorm van wensdenken met schuivende panelen. Wat te denken van de onduidelijke positie bij een kwetsbare oudere met ZZP4? Heeft verder de cliënt een indicatie voor verblijf, maar woont deze nog niet in een instelling, dan zal conform de wettekst de hoogte van de ZZP bepalend zijn voor het overgangsregime. Formeel kan dan soms gekozen worden voor een instelling, maar de praktijk wijst nu al anders uit. Zorgbehoevende ouderen, met een indicatie, staan op wachtlijsten en hebben wel recht op een plek in een instelling, maar er is geen geld meer voor. Terwijl veel kamers leeg staan.

Huisarts
De LHV stelt deze week dat het op dit moment niet verantwoord om een volgende stap te zetten op weg naar een nieuwe bekostiging huisartsenzorg, omdat er nog talloze onzekerheden zijn en de precieze uitwerking van het systeem ontbreekt. De LHV noemt in haar brief aan de minister dat bij de beoogde nieuwe bekostiging met de drie segmenten 7 punten “niet of nauwelijks zijn uitgewerkt”. Als zorgvuldigheid voorrang heeft boven snelheid (laatste zin in LHV brief), dan lijkt uitstel van de nieuwe bekostiging voor huisartsen in verband met deze (extra) transitiestress onontkoombaar.

Wijkverpleging
Ook bij de bekostiging van wijkverpleegkundige zorg per 2015 zijn er nog vele drempels te nemen. Vanaf 2015 zullen verpleging en verzorging worden opgenomen in het verzekerd pakket van de ZVW.  Zorgverzekeraars worden voor 2015 verantwoordelijk voor de inkoop van wijkverpleging. Bij een budget voor de aanspraak wijkverpleging van € 3.079 miljard, is het voornemen de bekostiging per 2016 een populatiebekostiging te laten zijn. Met een betaling voor beschikbaarheid, voor signalering, voor preventieve activiteiten en voor betaling van wijkverpleegkundige zorg aan cliëntgroepen. En natuurlijk  is de nieuwe bekostiging voor wijkverpleging voor een deel de obligate prestatiebekostiging.  In 2015 wordt, in verband met tijdgebrek, voor de bekostiging van wijkverpleegkundige zorg nog gewerkt met een transitiemodel op basis van de huidige AWBZ prestaties en bekostiging.  De minister heeft al gewaarschuwd: mochten er toch overschrijdingen plaatsvinden bij de wijkverpleging dan haalt VWS het geld terug via bijvoorbeeld het macrobeheersinstrument of een tariefskorting. Dat zijn bij de overheid en binnen de ZVW overigens reguliere en  herkenbare kortingsmethodieken….

Verzekeraars
NZa weet te benadrukken dat verzekeraars selectiever en scherper zijn gaan inkopen. Nog een tandje erbij? Wat voor verzekeraars nieuw is dat zij uiterlijk half november in hun polisvoorwaarden exact moeten aangeven met welke zorgaanbieders zij wel en niet een contract hebben in 2015.  De NZa verplicht zich dat haar eigen regels voor 2015 uiterlijk op 1 juli 2014 beschikbaar zijn, zodat de verzekeraars en zorgaanbieders eerder kunnen starten met het contracteerproces. Maar neem de huisartsenzorg. Met welke bekostiging 2015 als onderlegger moeten deze gesprekken over een nieuw contract worden gevoerd? Met welke M&I alternatief in 2015,  met welke nieuwe POH-regeling, over welke ketens praten we, met welke invulling van de prestatiebekostiging  in S3 hebben bijvoorbeeld huisartsen per 2015 dan te maken? En wie is in 2015 de risicodrager bij overschrijding van macrokosten?

Gemeenten
Gemeenten die het financieel al moeilijk hebben, zouden het zwaarst worden getroffen door de overheveling van zorgtaken van Rijk naar gemeenten. Een van de oorzaken is de sterke vergrijzing waardoor gemeenten veel geld kwijt zullen zijn aan ouderenzorg. Gemeenten zijn (de Volkskrant) bang dat ze hiervoor onvoldoende worden gecompenseerd. Voor 2015 zal de budgetverdeling voor gemeenten nog worden gebaseerd op historische uitgaven, maar zijn voor huishoudelijke hulp al wel minder middelen beschikbaar. Met hulp van een TransitieBureau Wmo, met 43 gemeentelijke samenwerkingsverbanden en met allemaal nieuwe wethouders moet het hele hervormingsproces Wmo 2015 worden uitgevoerd.

Overheid/regering
De staatssecretaris en de coalitiepartijen hebben vooral haast. Zij willen de zorgwetten voor zomerreces van 2015 ingevoerd hebben. Deze week verscheen bij VWS “Transitie hervorming langdurige zorg” inclusief de transitieplannen/bijlagen (een, twee, drie, vier, vijf)  en een heus communicatieplannaar een goede zorg die bij ons past” om de “majeure verandering in de breedte van de langdurige zorg” aan te kondigen. De komende parlementaire besluitvorming zal het tijdstip van invoering bepalen. Het is volgens VWS bij vaststellen van het communicatieplan nodig om "de vinger aan de pols te houden hoe de kennis en attitude van de actoren zijn bij het onderwerp". Haastige spoed is zelden goed.

AM

dinsdag 25 maart 2014

Kwetsbare ouderen verblijven al langer in een kwetsbare thuissituatie

Nu binnen de ouderenzorg bij het huidige regeringsbeleid met minder middelen meer ouderen zelfstandig thuis moeten blijven wonen, verwachten huisartsen onherroepelijk dat er problemen gaan komen. Dit was het kernpunt uit de LHV enquête van deze week. Huisartsen noemen in deze enquête als consequenties voor ouderen: slechter gaan eten en drinken (genoemd door 83% van de huisartsen), geestelijk achteruit gaan (47 %),  meer eenzaamheid (81%), zwaardere belasting mantelzorg (97%), zorg op maat krijgen (slechts 27%).  Voor de beroepsgroep zelf verwachten huisartsen meer visites te moeten afleggen voor ouderen met zwaardere klachten zowel op lichamelijk als op geestelijk  vlak.  De conclusie volgens LHV voorzitter van Eijck is dat huisartsen duidelijk laten weten dat kwetsbare ouderen in de steek worden gelaten.

Wat is kwetsbaar?
Beschrijving: “een oudere persoon met één of meer van de volgende problemen, die vaak met elkaar interacteren, cognitieve beperkingen, handicaps, psychosociale problematiek, multimorbiditeit, polyfarmacie en maatschappelijk isolement (alleen wonen, zonder of met weinig mantelzorg; eenzaamheid”. Van de 75-plussers is 15-20% op enig moment kwetsbaar te noemen. De kwetsbaarheid zit met name in het fragiele evenwicht tussen draagkracht en draaglast. Is onder ‘normale’ omstandigheden met reguliere medische zorg met thuiszorgmomenten en mantelzorg de situatie houdbaar, al bij het geringste ‘incident’ (virusinfectie, blaasontsteking, kneuzing door val etc) decompenseert de thuissituatie.  Een snelle interventie thuis binnen een goed zorgsysteem is dan noodzaak en dat vraagt inzet van mensen, maar vraagt ook om voldoende tijd en middelen voor professionals: care en cure.

Ouderen vragen om meer zorg
Als meer kwetsbare ouderen thuis blijven, zullen huisartsen het drukker krijgen. Ouderen gaan immers vaker naar de huisartsenpraktijk dan jongeren. Voor jongeren (5-17 jaar) worden gemiddeld twee contacten per jaar gedeclareerd, in de oudste leeftijdscategorie zijn dat er gemiddeld 13 (Bron: NIVEL).

Schrijnende situaties in de thuissituaties, maar ook al in 2009
In aanloop naar het NHG congres “ga voor (g)oud” in 2009 bleek destijds uit een peiling onder 900 huisartsen dat 70% van de huisartsen meermalen per jaar schrijnende situaties tegenkomt in de dagelijkse of medische zorg voor een oudere patiënt. Ook toen waren er dus al grote problemen thuis, maar was de escape naar een verzorgingshuis nog (wel) mogelijk. Als oplossing werd in 2009 genoemd, dat om de problemen van de toekomst het hoofd te kunnen bieden het nodig is dat de huisartsenzorg goed wordt geëquipeerd. Waarbij in 2009 als een onmisbare voorwaarde werd genoemd om  voldoende ondersteuning door een praktijkverpleegkundige of praktijkondersteuner huisartsenzorg gespecialiseerd in ouderenzorg te regelen…

Ondersteuning huisarts is een harde randvoorwaarde voor goede zorg
Financiering van toekomstige ouderenzorg thuis (specialist ouderengeneeskunde + huisarts + wijkverpleegkundige) kan vanuit de ZVW worden bekostigd middels een gemengde bekostiging (advies blog: 26.01.2014).  Als de overheid voor huisarts en wijkverpleegkundige in de ZVW een prestatiebekostiging wenst, zet dan financiering van beider samenwerking in als “de prestatie” (blog: 10.03.2014). Ook regel de financiering (beter) van het meekijkconsult in de eerste lijn van de SO. (blog: 7.3.2014). En, last but not least, regel (en betaal) voor de huisartspraktijk praktijkondersteuning ouderenzorg. In de vorm van een POH en/of verpleegkundige ouderenzorg.

Knelpunten voor huisartsenzorg in de zorg voor kwetsbare ouderen waren in 2009 al bekend en deze knelpunten nemen toe met de afbouw van de AWBZ (Blog: 13.12.2013). Nu is de politiek aan zet om het probleem van de mantelzorgers (thuiszorg!), het probleem van de gemeente en het haastprobleem van het kabinet binnen een verantwoord tijdpad op te lossen.

AM