dinsdag 8 april 2014

Nieuwe garanties bij bekostiging huisartsenzorg halen de kou nog niet uit de lucht

De LHV heeft voor de nieuwe bekostiging per 2015 de garantie gekregen dat er in de toekomst niet gekort op de basishuisartsenzorg als er meer geld naar ketenzorg gaat. Anders gezegd: wanneer in de nieuwe bekostiging binnen de segmenten programmatische (keten)zorg (segment S2:15% van het kader) en innovatie en vernieuwing (segment S3:10% van het kader) deze budgetten overschreden worden, zal dit niet ten koste gaan van het budget voor de reguliere huisartsenzorg (segment S1:75% van het kader).

In een brief aan VWS (27.03.2014) had de LHV onder andere deze garantie aan VWS gevraagd. Om zo met een duidelijke afbakening tussen de drie segmenten het basisaanbod huisartsenzorg voor de toekomst veilig te stellen. Ondertekenden in een eerdere brief aan VWS voor dit doel het NHG en InEen nog mee, in de brief van 27.03.2014 stond de LHV om voor mij onduidelijke reden alleen.

De onrust onder huisartsen was ontstaan doordat de NZa in haar recente advies aan VWS over de nieuwe bekostiging van huisartsenzorg het standpunt had ingenomen dat voor de segmenten S2 en S3 de tarieven vrij moeten zijn en voor S1 de tarieven geregeld en gemaximeerd moeten worden. Waarbij de NZa in haar advies stelt dat tariefregulering in S1 de basis is voor kostenbeheersing en bij overall kostenoverschrijding juist de gereguleerde tarieven in S1 neerwaarts kunnen (moeten?) worden bijgesteld. Het is begrijpelijk dat huisartsen dit advies van de NZa, zeker na de kortingservaring in 2012, niet acceptabel vinden. De LHV heeft nu na het bestuurlijk overleg met VWS garanties voor basishuisartsenzorg gekregen: geen korting S1 bij overschrijding van kosten in S2 en S3  en geen grote schokeffecten op praktijkniveau bij invoering van het nieuwe bekostigingsmodel. Maar de vraag blijft: is dan nu de kou uit de lucht?

De segmenten in de nieuwe bekostiging worden met de 75%(S1)-15%(S2)-10%(S3) verdeling gefinancierd uit het bestaande uitgavenkader, zoals vastgelegd in de Miljoenennota 2014.

Miljoenennota 2014 (pg 211): 1 = € 1 mln

Huisartsenzorg

 2012

 2013

  2014

  2015

  2016

 2017

stand begroting 2013

2324,1

2394,1

2412,4

2422,7

2422,8

2422,8

loon/prijsbijstelling

    -

   43,0

   43,0

    43,0

   43,0

   43,0

actualisering

   11,5

   11,5

   11,5

    11,5

   11,5

   11,5

groeiruimte

    -

    -

   36,7

    61,6

   87,0

 113,4

substitutie

    -

    -

   24,5

    61,6

   99,6

 139,1

stand begroting 2014

2335,6

2448,6

2528,1

2600,4

2663,9

2729,8

 Miljoenennota 2014 (pg 210): 1 = € 1 mln

 jaar

 2012

 2013

 2014

 2015

 2016

 2017

ZVW post Multidisciplinaire zorg

373,3

408,1

418,7

429,0

439,5

450,5

De hamvraag is nu of de daadwerkelijke uitgaven per nieuw zorgsegment in 2015 binnen het beoogde S1-S2-S3 budgetkader van VWS (kunnen) blijven? Ja of nee? Dit zal onder andere afhangen van de inkoop, maar ook van het zorgaanbod, zowel het geleverde volume zorg als ook de soort (substitutie)zorg. Kortom, de dynamiek van zorg per segment, levering en inkoop, zal bepalen of zorgaanbieders binnen het eigen segment met een (MBI) korting in de problemen geraken.

Dynamiek in segment S1
LINH meldt dat aantal contacten met de huisartsenpraktijk in de periode 2010-2012 stabiel is gebleven. Het aantal korte consulten en visites is met 2% afgenomen en het aantal lange consulten en visites is met 11% toegenomen in 2012 ten opzichte van 2010. Verder is het aantal telefonische consulten met 5% toegenomen ten opzichte van 2010. Over een veel langere periode schetst Vektis (bestand 2013) echter een heel ander beeld van contactstijgingen. Kostencijfers van toezichthouder CVZ (versie 18) laten tussen 2006-2014 een kostenstijging huisartsenzorg zien van gemiddeld 3,3% per jaar. Financiering van de ANW zorg is buiten de nieuwe bekostiging gehouden, maar niet buiten het macrokader(!). Dit alles bij een afgesproken (onderhandelaarsresultaat,16.07.2013) groeiruimte van 2,5% per jaar en dat nog slechts bij “bewezen substitutie”. Nu de praktijkondersteuning management en POH-ouderenzorg niet zijn opgenomen in het 3-segmentenmodel zal  de beroepsgroep huisartsen al de handen vol hebben om binnen segment S1 de juiste zorg met behoud van de kernwaarden te blijven leveren.

Dynamiek in segment S2
Nu na de afspraak LHV-VWS de meerkosten van ketenzorg niet meer worden betaald vanuit S1, zal ook in dit S2 segment een nieuwe dynamiek ontstaan. Maar welke? Gaan individuele zorggroepen met de eigen verzekeraar afspraken maken over ketenzorg, met als consequentie dat meerkosten gezamenlijk worden betaald? Gaat InEen een macro-businesscase opstellen met financiële gegevens, wáár binnen het VWS kader post multidisciplinaire zorg (Miljoenennota) nog financiële ruimte zit voor groei van GEZ en/of ketenzorg? In elk geval zullen zorggroepen de leden helder moeten voorlichten inclusief een eigen businesscase hoe de lokale vlag erbij hangt. En blijft (nu) na de nieuwe afspraak VWS-LHV de financiering van het meekijkconsult ook gefinancierd worden vanuit segment S2?  Op basis van mijn eerdere kostencijfers (commentaar consultatiedocument, blog, blog) is voor ketenuitbreiding in segment 2b m.i.  onvoldoende budget. Maar betekent dat dan ook dat deze nieuwe ketens (astma, depressie, dementie) er niet gaan komen?

Dynamiek in segment S3
Het S3 segment (bij 10% van het kader) zal voornamelijk gevuld worden vanuit de huidige M&I gelden. Terecht? En hoe gaat de M&I transitie eruit zien? En hoe gaan nu de modules voor resultaatbeloning in segment 3 eruit  zien? Is een prestatiebonus voor samenwerking huisarts-wijkverpleegkundige niet een goed voorstel voor invulling van dit segment S3?

Conclusie
Geen korting in S1 bij overschrijding van S2/S3 is een goede bijdrage aan het ontwikkelen van een nieuwe bekostiging huisartsenzorg. Ook een gefaseerde invoering lijkt een verstandige bijdrage. De effectrapportage moet nog plaatsvinden. Maar op de vraag of de veranderingen in bekostiging bij alle systeemwijzigingen per 2015 wel haalbaar zijn  en of de voordelen van een nieuwe bekostiging de nadelen van de huidige bekostiging gaan overtreffen, daarvan heb ik nog niet het overtuigend bewijs gezien. De kou is dus zeker nog niet uit de lucht.

AM

dinsdag 1 april 2014

Transitiestress

Ingrijpende veranderingen van zorginhoud en bekostiging veroorzaken op dit moment bij de transities binnen de ZVW, de Wmo 2015 en de nieuwe Wlz veel stress. Onder zorgaanbieders, bij burgers, bij overheden en verzekeraars.

Burgers
Gezien de financiële taakstelling van de regering bij alle decentralisaties (jeugdzorg, ouderenzorg) weten burgers inmiddels dat er keuzes gemaakt moeten worden.  Bij alle genoemde transities staan in de VWS documenten genoemd dat de continuïteit van ondersteuning en zorg  binnen wettelijke kaders wordt geborgd en dat zorgvernieuwing wordt gestimuleerd. Voorlopig is dat een vorm van wensdenken met schuivende panelen. Wat te denken van de onduidelijke positie bij een kwetsbare oudere met ZZP4? Heeft verder de cliënt een indicatie voor verblijf, maar woont deze nog niet in een instelling, dan zal conform de wettekst de hoogte van de ZZP bepalend zijn voor het overgangsregime. Formeel kan dan soms gekozen worden voor een instelling, maar de praktijk wijst nu al anders uit. Zorgbehoevende ouderen, met een indicatie, staan op wachtlijsten en hebben wel recht op een plek in een instelling, maar er is geen geld meer voor. Terwijl veel kamers leeg staan.

Huisarts
De LHV stelt deze week dat het op dit moment niet verantwoord om een volgende stap te zetten op weg naar een nieuwe bekostiging huisartsenzorg, omdat er nog talloze onzekerheden zijn en de precieze uitwerking van het systeem ontbreekt. De LHV noemt in haar brief aan de minister dat bij de beoogde nieuwe bekostiging met de drie segmenten 7 punten “niet of nauwelijks zijn uitgewerkt”. Als zorgvuldigheid voorrang heeft boven snelheid (laatste zin in LHV brief), dan lijkt uitstel van de nieuwe bekostiging voor huisartsen in verband met deze (extra) transitiestress onontkoombaar.

Wijkverpleging
Ook bij de bekostiging van wijkverpleegkundige zorg per 2015 zijn er nog vele drempels te nemen. Vanaf 2015 zullen verpleging en verzorging worden opgenomen in het verzekerd pakket van de ZVW.  Zorgverzekeraars worden voor 2015 verantwoordelijk voor de inkoop van wijkverpleging. Bij een budget voor de aanspraak wijkverpleging van € 3.079 miljard, is het voornemen de bekostiging per 2016 een populatiebekostiging te laten zijn. Met een betaling voor beschikbaarheid, voor signalering, voor preventieve activiteiten en voor betaling van wijkverpleegkundige zorg aan cliëntgroepen. En natuurlijk  is de nieuwe bekostiging voor wijkverpleging voor een deel de obligate prestatiebekostiging.  In 2015 wordt, in verband met tijdgebrek, voor de bekostiging van wijkverpleegkundige zorg nog gewerkt met een transitiemodel op basis van de huidige AWBZ prestaties en bekostiging.  De minister heeft al gewaarschuwd: mochten er toch overschrijdingen plaatsvinden bij de wijkverpleging dan haalt VWS het geld terug via bijvoorbeeld het macrobeheersinstrument of een tariefskorting. Dat zijn bij de overheid en binnen de ZVW overigens reguliere en  herkenbare kortingsmethodieken….

Verzekeraars
NZa weet te benadrukken dat verzekeraars selectiever en scherper zijn gaan inkopen. Nog een tandje erbij? Wat voor verzekeraars nieuw is dat zij uiterlijk half november in hun polisvoorwaarden exact moeten aangeven met welke zorgaanbieders zij wel en niet een contract hebben in 2015.  De NZa verplicht zich dat haar eigen regels voor 2015 uiterlijk op 1 juli 2014 beschikbaar zijn, zodat de verzekeraars en zorgaanbieders eerder kunnen starten met het contracteerproces. Maar neem de huisartsenzorg. Met welke bekostiging 2015 als onderlegger moeten deze gesprekken over een nieuw contract worden gevoerd? Met welke M&I alternatief in 2015,  met welke nieuwe POH-regeling, over welke ketens praten we, met welke invulling van de prestatiebekostiging  in S3 hebben bijvoorbeeld huisartsen per 2015 dan te maken? En wie is in 2015 de risicodrager bij overschrijding van macrokosten?

Gemeenten
Gemeenten die het financieel al moeilijk hebben, zouden het zwaarst worden getroffen door de overheveling van zorgtaken van Rijk naar gemeenten. Een van de oorzaken is de sterke vergrijzing waardoor gemeenten veel geld kwijt zullen zijn aan ouderenzorg. Gemeenten zijn (de Volkskrant) bang dat ze hiervoor onvoldoende worden gecompenseerd. Voor 2015 zal de budgetverdeling voor gemeenten nog worden gebaseerd op historische uitgaven, maar zijn voor huishoudelijke hulp al wel minder middelen beschikbaar. Met hulp van een TransitieBureau Wmo, met 43 gemeentelijke samenwerkingsverbanden en met allemaal nieuwe wethouders moet het hele hervormingsproces Wmo 2015 worden uitgevoerd.

Overheid/regering
De staatssecretaris en de coalitiepartijen hebben vooral haast. Zij willen de zorgwetten voor zomerreces van 2015 ingevoerd hebben. Deze week verscheen bij VWS “Transitie hervorming langdurige zorg” inclusief de transitieplannen/bijlagen (een, twee, drie, vier, vijf)  en een heus communicatieplan “naar een goede zorg die bij ons past” om de “majeure verandering in de breedte van de langdurige zorg” aan te kondigen. De komende parlementaire besluitvorming zal het tijdstip van invoering bepalen. Het is volgens VWS bij vaststellen van het communicatieplan nodig om "de vinger aan de pols te houden hoe de kennis en attitude van de actoren zijn bij het onderwerp". Haastige spoed is zelden goed.

AM

dinsdag 25 maart 2014

Kwetsbare ouderen verblijven al langer in een kwetsbare thuissituatie

Nu binnen de ouderenzorg bij het huidige regeringsbeleid met minder middelen meer ouderen zelfstandig thuis moeten blijven wonen, verwachten huisartsen onherroepelijk dat er problemen gaan komen. Dit was het kernpunt uit de LHV enquête van deze week. Huisartsen noemen in deze enquête als consequenties voor ouderen: slechter gaan eten en drinken (genoemd door 83% van de huisartsen), geestelijk achteruit gaan (47 %),  meer eenzaamheid (81%), zwaardere belasting mantelzorg (97%), zorg op maat krijgen (slechts 27%).  Voor de beroepsgroep zelf verwachten huisartsen meer visites te moeten afleggen voor ouderen met zwaardere klachten zowel op lichamelijk als op geestelijk  vlak.  De conclusie volgens LHV voorzitter van Eijck is dat huisartsen duidelijk laten weten dat kwetsbare ouderen in de steek worden gelaten.

Wat is kwetsbaar?
Beschrijving: “een oudere persoon met één of meer van de volgende problemen, die vaak met elkaar interacteren, cognitieve beperkingen, handicaps, psychosociale problematiek, multimorbiditeit, polyfarmacie en maatschappelijk isolement (alleen wonen, zonder of met weinig mantelzorg; eenzaamheid”. Van de 75-plussers is 15-20% op enig moment kwetsbaar te noemen. De kwetsbaarheid zit met name in het fragiele evenwicht tussen draagkracht en draaglast. Is onder ‘normale’ omstandigheden met reguliere medische zorg met thuiszorgmomenten en mantelzorg de situatie houdbaar, al bij het geringste ‘incident’ (virusinfectie, blaasontsteking, kneuzing door val etc) decompenseert de thuissituatie.  Een snelle interventie thuis binnen een goed zorgsysteem is dan noodzaak en dat vraagt inzet van mensen, maar vraagt ook om voldoende tijd en middelen voor professionals: care en cure.

Ouderen vragen om meer zorg
Als meer kwetsbare ouderen thuis blijven, zullen huisartsen het drukker krijgen. Ouderen gaan immers vaker naar de huisartsenpraktijk dan jongeren. Voor jongeren (5-17 jaar) worden gemiddeld twee contacten per jaar gedeclareerd, in de oudste leeftijdscategorie zijn dat er gemiddeld 13 (Bron: NIVEL).

Schrijnende situaties in de thuissituaties, maar ook al in 2009
In aanloop naar het NHG congres “ga voor (g)oud” in 2009 bleek destijds uit een peiling onder 900 huisartsen dat 70% van de huisartsen meermalen per jaar schrijnende situaties tegenkomt in de dagelijkse of medische zorg voor een oudere patiënt. Ook toen waren er dus al grote problemen thuis, maar was de escape naar een verzorgingshuis nog (wel) mogelijk. Als oplossing werd in 2009 genoemd, dat om de problemen van de toekomst het hoofd te kunnen bieden het nodig is dat de huisartsenzorg goed wordt geëquipeerd. Waarbij in 2009 als een onmisbare voorwaarde werd genoemd om  voldoende ondersteuning door een praktijkverpleegkundige of praktijkondersteuner huisartsenzorg gespecialiseerd in ouderenzorg te regelen…

Ondersteuning huisarts is een harde randvoorwaarde voor goede zorg
Financiering van toekomstige ouderenzorg thuis (specialist ouderengeneeskunde + huisarts + wijkverpleegkundige) kan vanuit de ZVW worden bekostigd middels een gemengde bekostiging (advies blog: 26.01.2014).  Als de overheid voor huisarts en wijkverpleegkundige in de ZVW een prestatiebekostiging wenst, zet dan financiering van beider samenwerking in als “de prestatie” (blog: 10.03.2014). Ook regel de financiering (beter) van het meekijkconsult in de eerste lijn van de SO. (blog: 7.3.2014). En, last but not least, regel (en betaal) voor de huisartspraktijk praktijkondersteuning ouderenzorg. In de vorm van een POH en/of verpleegkundige ouderenzorg.

Knelpunten voor huisartsenzorg in de zorg voor kwetsbare ouderen waren in 2009 al bekend en deze knelpunten nemen toe met de afbouw van de AWBZ (Blog: 13.12.2013). Nu is de politiek aan zet om het probleem van de mantelzorgers (thuiszorg!), het probleem van de gemeente en het haastprobleem van het kabinet binnen een verantwoord tijdpad op te lossen.

AM

maandag 24 maart 2014

Het aantal contacten basiszorg tussen 2006 tot en met 2012 steeg met 9,9 % per jaar

Het aantal contacten in de basiszorg van de huisartsgeneeskunde met een rechtmatige declaratie steeg tussen het begin van de ZVW (2006) tot en met 2012 met gemiddeld 9,9% per jaar. Dit blijkt uit cijfers van Vektis. Vektis analyseert al jaren het gebruik en de kosten van de zorg op basis van alle zorgdeclaraties en verzekerdengegevens.

Bron: Vektis: kosten/declaraties huisartsenzorg code 12000 tot en met 12004: periode 2006 - 2013 (dus C, CL, V, VL, T)

Macrokosten 2006  declaraties

              €     371.790.102

Macrokosten 2012  declaraties

              €     582.632.644

Verschil macrokosten 2006 versus 2012

              €     210.842.542   ( + 56,7%)

Stijging macrokosten per jaar (%)

                                 9,5%

Aantal declaraties 2006

                       40.490.586

Aantal declaraties 2012

                       64.538.253

Stijging aantal declaraties 2006 versus 2012

                       24.047.667   ( + 59.4%)

Stijging aantal declaraties per jaar (%)

                               9,9%

Het Vektisbestand over de kosten en declaraties laat tevens zien hoe ingewikkeld een transitie zal zijn van de oude bekostiging met 139 betaaltitels naar een nieuwe bekostiging, gepland in 2015. Deze macrocijfers huisartsenzorg 2006-2012 zijn ook door de NZa gebruikt voor een advies aan het ministerie van VWS (zie bijvoorbeeld in het NZa Advies aan VWS, hfst 1.4 tabel 1.2) .

Informatie over kosten van (huisartsen)zorg kunnen worden verkregen via Vektis of via de zorgcijfersdatabank van toezichthouder CVZ. In de blogs over financiële staat van de huisartsenzorg (blog: 23.01.2014 en blog: 19.09.2013) zijn van deze kostencijfers de verschillen tussen CVZ en Vektis benoemd. Ook zijn aldaar de kostencijfers zelf uitgebreid van commentaar voorzien en gerelateerd aan de Miljoenennota en de afspraken in het onderhandelaarsresultaat.

Macrokosten huisartsenzorg geven inzicht in de huidige verdeling van kosten en vormen de opmaat van invulling van de segmentverdeling in de nieuwe bekostiging huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. Wie de kaders (het frame) kent, ziet ook de consequenties van herkadering (reframing). Een van de belangrijkste mutaties bij herkadering in de nieuwe bekostiging is het opnieuw invullen van de huidige M&I regeling (13xxx-code). De ambities bij ketenzorg binnen het S2 segment zijn duidelijk in het NZa advies beschreven. Nu Vektis ook nog laat zien dat in de basiszorg tussen 2006 en 2013 het aantal patiëntcontacten met 9,9% per jaar toeneemt, is het duidelijk dat de komende jaren, zeker met een focus op substitutie, moet worden ingezet op gecontroleerde en gemaximeerde groei, praktijkverkleining en praktijkondersteuning.

AM

woensdag 19 maart 2014

Toezichthouder NZa stelt zich onwetend en partijdig op bij wetswijziging artikel 13

Toezichthouder NZa liet deze week weten een verdere verbetering van toekomstige zorginkoop door verzekeraars te verwachten als met de beoogde wetswijziging de huidige verplichte vergoeding aan zorgaanbieders voor niet-gecontracteerde zorg (natura polis) wordt geschrapt.

De NZa beweert daarbij dat na invoering van de wetswijziging de zorginkoop effectiever en goedkoper zal zijn. Als deze vergoeding (nu is 75-80% is gangbaar) wordt geschrapt, aldus de NZa, is de zorgverzekeraar vrij om zelf de hoogte van de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg te bepalen. Wat concreet inhoudt dat een vergoeding boven nul euro/nul procent is toegestaan. De NZa motiveert verder dit advies dat als zorgaanbieders nog steeds 75% van het gebruikelijke tarief krijgen, zij hun organisatie nog steeds draaiend kunnen houden en zij minder druk voelen om de zorg te blijven verbeteren en efficiënt te organiseren. Zolang meer inkoopmacht bij de verzekeraars ten goede komt aan de consument, zijn alle maatregelen legitiem, zo lijkt het standpunt nu van de NZa. Het vertrouwen bij de NZa in zorgaanbieders is kennelijk gedaald tot onder het nulpunt.

Ook stelt de NZa in haar recente advies dat brancheorganisaties de wenselijkheid onderschrijven van deze aanpassing. Dat is echter maar de halve waarheid. Zij ondertekenden weliswaar de convenanten, maar VELO stuurde over de aanstaande wetswijziging artikel 13 recent de Tweede Kamer een brief met het dringende verzoek vier knelpunten op te lossen. Waaronder een borging van de ION voor huisartsen en een verzoek voor een beter toezicht op de zorgmarkt. En laat nu ruim een maand later juist deze toezichthouder van de zorgmarkt zich zo  partijdig aansluiten bij de vermeende meerwaarde van meer inkoopmacht bij de verzekeraar. En adviseren om na gedaan werk op verzoek van de klant deze zorgaanbieders mogelijk maar niets te betalen. En de minister? De minister liet wederom weten dat de NZa naar behoren functioneert. En met deze steun van VWS in de rug, durft de NZa wel te stellen zich niet te herkennen in de gekregen kritiek..

In mijn eerdere blog (4 februari 2014) concludeerde ik dat deze beoogde wetswijziging de zorgverzekeraar een betere onderhandelingspositie geeft. De zorginkoop en het zorgaanbod horen beiden transparant te zijn. VELO stelde in haar brief niet voor niets dat het “essentieel is dat het toezicht op de aanmerkelijke marktmacht van zorgverzekeraars wordt aangescherpt”. En wat doet de toezichthouder? De NZa komt nu met een voorstel de aanmerkelijke marktmacht en inkoopmacht van de verzekeraars te….vergroten.  Om vervolgens ook nog als toezichthouder na gedane stellingname te poneren dat:  “het is uiteindelijk aan de civiele rechter om het contracteerbeleid te toetsen aan de in de precontractuele fase geldende maatstaven van redelijkheid en billijkheid”….

Huisarts en NZa
In navolging van het verzoek van VELO heeft de huisarts behoefte aan objectief toezicht op de zorgmarkt en,  binnen de zorg met gereguleerde tarieven, een  behoefte aan een transparante NZa tariefopbouw.  In het recente NZa advies over de nieuwe bekostiging huisartsenzorg zijn diverse financiële aspecten onderbelicht gebleven.
  1. de overheid grijpt in met het MBI als het macrokader met meerwerk, vaak op verzoek van de klant en/of verzekeraar uitgevoerd,  overschreden wordt. Met de zorgaanbieder als risicodrager.
  2. de verzekeraars kunnen ingrijpen en met contracteervrijheid inkopen met tarieven lager dan de max tarieven.  En nu dreigt daarbij verder dat na wetswijziging artikel 13 zonder contract de verzekeraar ook geen IT en CT meer hoeft te vergoeden.  Een goede zaak vindt blijkbaar de NZa. Basiszorg van de huisarts die nu, ook zonder contract, nog wel voor vergoeding in aanmerking komt.
  3. de NZa benoemt in haar advies over de nieuwe bekostiging niet het probleem dat meerkosten in segment S2 als gevolg van nieuwe ketens (astma, ouderenzorg) betaald gaan worden in het segment met de gereguleerde tarieven, zijnde S1. Nu is de omzetverhouding in de huisartspraktijk van tariefgereguleerde zorg versus huisartsenzorg met vrij tarief 77% : 23%.  Als de kosten als gevolg van toekomstig meerwerk in S2 harder stijgen dan van meerwerk in S1 , hetgeen voor de huisarts twee keer harder werken betekent, dan gaan bvb na een nieuwe omzetverdeling van 70% : 30% de NZa tarieven in S1 ….omlaag! Het is niet voor niets dat de ureninzet van de huisarts geen bouwsteen is binnen het NZa advies over de nieuwe bekostiging....
Dat korten na verricht  meerwerk al jaren in het standaardrepertoire (tariefformule) van de NZa zit en niet door henzelf in het toezicht en marktscans als perversiteit wordt benoemd, is mogelijk nog wel het grootste pijnpunt. Reden te meer bij de NZa te blijven hameren op redelijk en billijk toezicht. Zeker nu de minister op punt staat een besluit te nemen over het tijdstip van invoering van de nieuwe bekostiging van huisartsenzorg. De  huidige opstelling van de NZa bewijst maar weer eens dat er op weg naar een beter toezicht nog vele hindernissen te nemen zijn.

AM